DEZE WEBSITE IS EEN PUBLICATIE VAN STICHTING DE TRADITIE

NLUK

Stichting De Traditie  -

 Cultureel Erfgoed



Disclaimer & Copyright notice     Home    Bestuur Doelstellingen       Collectie       MUSEUM-EXPO      SDT Publicaties     Woordenlijst     Funding  









Utrecht - Wetenschap

Vergelijkende Dierfysiologie - Discipline








naar Chronologisch Overzicht  > > > > VERGELIJKENDE  FYSIOLOGIE  DER DIEREN  -   HET VAKGEBIED


JordanHJ_boek





















Wilbrand

Fysiologie is de natuurwetenschappelijke bestudering van het verschijnsel 'leven', het functioneren van organismen (Pütter 1911). Fysiologie bouwt voort op eerder verzamelde kennis van vormen, bouwplannen, en gedrag. Het 'Vergelijkende' kende in de loop der tijden meerdere 'smaken'. Aan de Universiteit van Utrecht betekende Vergelijkende Fysiologie in de tweede helft van de 20ste eeuw fundamenteel dierfysiologisch onderzoek, waarbij biodiversiteit en aanpassing aan het milieu centraal stonden. Het dier wordt bestudeerd om het dier zelf, en niet als 'modelsysteem' voor de medische mens, zoals dat door Severino in 1654 beschreven werd (Schmidt 1855), of ter ondersteuning van Darwin's evolutietheorie. Meer literatuur, zie refs.
In Nederland begint de Vergelijkende Dierfysiologie met de komst van H.J. Jordan in 1913 naar Utrecht. Naast Vergelijkend Fysiologische handboeken verschijnen in deze periode ook publicaties van onderzoekresultaten in tijdschriften. Het merendeel van deze publicaties betreft de vegetatieve fysiologie: spijsvertering, bloedsomloop, ademhaling, transport, en stofwisseling. De bijbehorende onderzoekmethodes zijn vooral ontleend aan de chemie. Minder toegankelijk is de animale fysiologie: het functioneren van spieren, zintuigen, zenuwen, hersenen. Hier worden vooral  elektrofysiologische meetmethoden toegepast. De tweedeling in vegetatieve en animale fysiologie berust niet alleen op verschillen in onderzoekmethoden, maar loopt ook parallel met de dualistische scheiding van vegetatieve, lichamelijke, groeifuncties, en de bezielde, animale, levensfuncties. Merk op dat Wilbrand in 1833 dit onderscheid tussen geistig - animaal,  en körperlich - vegetatief al  toepaste op de zogenaamd 'lagere' organismen.


  • Afbeelding links boven: Jordan-HJ 1929.Allgemeine Vergleichende Physiologie der Tiere. De Gruyter,
  • Afbeelding links onder: citaat uit Wilbrand, 1833.   Allgemeine Physiologie insbesondere vergleichende Physiologie der Pflanzen und der Thiere. Groos, Heidelberg







  • VERGELIJKENDE DIERFYSIOLOGIE NA 1945 IN UTRECHT


    D&V1       D&V2

    BitMan       BretschneiderF2006

    GrindWAvd2000












    80 jaar Vergelijkende Fysiologie



    Met Dijkgraaf als hoogleraar-directeur krijgt de Vergelijkende Fysiologie in Utrecht een andere signatuur. Dijkgraaf hield zich vooral bezig met animale fysiologie en oriëntatiegedrag, daarbij mede geïnspireerd door het werk van Karl von Frisch. Kenmerkend voor dit type onderzoek is de bestudering van het zoveel mogelijk intacte organisme. Onderzoekvragen zijn: wat kunnen dieren waarnemen in hun omgeving en hoe gebruiken ze die informatie? Daarbij leeft het besef dat ook het eenvoudigste organisme een interne representatie van de omgeving heeft die het in staat stelt om te overleven en zich voort te planten. De onderzoekmethoden die in zwang waren voor zintuig-, zenuw-, en spieronderzoek waren elektrofysiologie en psychofysicaDe vegetatieve  - chemische -  dierfysiologie. volgde in deze periode onder leiding van  collega-hoogleraar Vonk de instrumentele ontwikkelingen naar het cel- en subcellulaire niveau. In 1971 verscheen Dijkgraaf & Vonk's Nederlandstalig boek Vergelijkende Dierfysiologie.
    Omstreeks 1975 kende de Vergelijkende Fysiologie in Utrecht een hoogtepunt. Naast het biochemische, cellulaire en subcellulaire onderzoek - dat hier niet verder besproken wordt - onderhield een uitgelezen groep wetenschappers expertise op het gebied van zintuigen, zenuwstelsels, en gedrag.  De publicaties bestrijken verwerking van informatie bij het visuele systeem van mensen, konijnen, dagvogels, en ongewervelden, het gehoor van vissen, de magnetische gevoeligheid van insecten, de elektrische gevoeligheid van vissen, het houden van diverse bijen- en hommelsoorten, sociaal gedrag van apen en mensapen, en oriëntatiegedrag van insecten, vissen, weekdieren, en schildpadden.
    In het laatste kwart van de 20ste eeuw werd de Vergelijkende Fysiologie getalsmatig overvleugeld door de moleculaire biologie, celbiologie, en de medische disciplines waar onder de farmacologie. Het proefdiergebruik werd aan banden gelegd, met rampzalige gevolgen voor onderzoek gericht op biodiversiteit. De Academische Vrijheid werd ingeperkt; focus, massa, en valorisatie werden de nieuwe  dogma's. Promovendi devalueerden tot goedkope tijdelijke werkkrachten voor risicodragend toegepast onderzoek. Handboeken over Vergelijkende fysiologie verdwenen uit de boekwinkels. In de laatste 15 jaar van de 20ste eeuw verplaatste het onderzoek zich in de richting van het visuele systeem van katten en primaten, inclusief de mens. Rond 2010 verdween de Vergelijkende Fysiologie uit de faculteit biologie.

    Afbeeldingen links, van boven naar beneden:
  • Dijkgraaf-S, Vonk-HJ 1971. Vergelijkende Dierfysiologie I & II. Oosthoek, Utrecht.
  • Peters-RC 2000. Bit Man. Beknopte neurofysiologie en neuroethologie voor de propedeuse. Stichting De Traditie, Utrecht.
  • Bretschneider-F, Weille-JR-de 2006. Introduction to electrophysiological methods and instrumentation. Elsevier, Amsterdam.
  • Prof. Dr. Ir. W. (Wim) A.P.F.L. van de Grind  op zijn werkkamer (2000) voor het schilderij van zijn voorganger H.J.Jordan. Vooral dank zij zijn inzet is een deel van het archief van het Laboratorium voor Vergelijkende Fysiologie bewaard gebleven.
  • Omslag van het 'Festschrift' ter gelegenheid van het 80-jarige bestaan van de Vergelijkend Fysiologische Studierichting in Utrecht. Voor de periode 1915-1959 zijn alle publicaties van het Laboratorium in de literatuurlijst opgenomen. Voor de periode na 1959 - dus na de spitsing in een animale en een vegetatieve afdeling -  alleen de publicaties van de animale  vergelijkend fysiologische onderzoeken. De aantallen publicaties per onderzoekrichting weerspiegelen duidelijk de belangstelling van de studenten en het beleid van het universiteitsbestuur.S







  • .